In 2012 las ik deze 43 boeken

In 2012 heb ik heel wat gelezen. Bij de 2012-reading-challenge van Goodreads had ik het aantal boeken dat ik dacht te gaan lezen heel wat hoger ingeschat. Het werden er uiteindelijk 43. Dat zijn er 6 minder dan vorig jaar. In 2013 moet er ruimte te vinden zijn om meer boeken te lezen. Niet omdat het moet maar gewoon omdat het leuk is.

Dit zijn de boeken van 2012, gerangschikt op het aantal sterren. Een top 3 met vijf sterren dit jaar. De onbetwiste nummer 1 is toch echt HhhH van Laurent Binet. Op de tweede plaats een spannende thriller van een tot dan toe voor mij onbekende schrijver, 13 uur van Deon Meyer. The Unlikely Pelgrimage of Harold Fry eindigt op de derde plaats. De recensie hiervan moet ik nog schrijven, die houden jullie nog te goed.

Naast de boeken die ik met vijf sterren heb gewaardeerd zijn er maar liefst 24 boeken met 4 sterren op de lijst. Ook 2012 is een goed leesjaar geweest.

boeken 1 kopie boeken 2 kopie boeken 3 kopie

Advertenties
Geplaatst in Boeken. Tags: , , . 7 Comments »

Dit Zijn de Namen – Tommy Wieringa

Dit zijn de namenVoor mijn IRL-leesclub las ik Dit zijn de namen van Tommy Wieringa. Mijn eerste boek van Wieringa. Totaal anders dan zijn vorige boeken, las ik in recensies.

De titel roept vragen op. Dit zijn de namen. De namen van wie? In een interview (link) geeft Wieringa zelf het antwoord. De titel is het begin van de eerste zin van het bijbelboek Exodus, waarin het verhaal wordt verteld van het vertrek van het Israëlische volk uit Egypte naar het Beloofde Land. Zij dragen gedurende die reis het gebeente van Jozef met zich mee.

Het verhaal begint in het najaar. Twee verhaallijnen die geen verband lijken te hebben. De 53-jarige politiecommissaris Pontus Beg bekommert zich in Michailopol om de begrafenis van de een overleden rabbijn en gaat op zoek naar zijn eigen roots. Hij herinnert zich een kinderliedje uit zijn jeugd en vraagt zich af of hij zelfs soms van joodse afkomst is. Tegelijkertijd trekt een groep gelukzoekers over de steppe. Een tocht waaraan geen eind lijkt te komen en die slechts door een klein deel van de groep wordt overleefd. Vreemd genoeg heeft slechts een van hen een naam, de anderen wordt aangeduid als oertypes zoals de lange man, de stroper, de jongen en de vrouw. Na een barre tocht bereiken zij Michailopol. Voor de groep vluchtelingen wordt dit de teleurstelling van hun leven, voor Pontus Beg betekent de komst van de groep het begin van een onderzoek naar een misdrijf.

Ik zal eerlijk bekennen dat het interview met Tommy Wieringa mij heeft geholpen het verhaal te begrijpen. Daarbij doel ik vooral op de verwijzingen naar de bijbel. Zelf in het geheel niet bijbelvast, want niet gelovig opgevoed, zou de verwijzing van de titel naar het bijbelboek Exodus mij zonder dat interview geheel zijn ontgaan. Dat had voor de waardering van het boek wel uitgemaakt omdat daarmee ook andere bijbelse symboliek onopgemerkt zou zijn gebleven. En is het toeval dat ook het Eerste Boek van Henoch (ook bekend als het Ethiopisch Boek van Henoch) met deze woorden begint?

Wieringa bouwt het verhaal minutieus op. Hij gebruikt daarbij prachtige beelden en mooie metaforen. Soms in een vrij korte zin als “de dag was gaandeweg vertraagd en nu helemaal tot stilstand gekomen”, “het park lag in witte onschuld aan zijn voeten” en “terwijl hij zich door de steppe sleepte, werd hij gestoken door de horzels van zijn gedachten”. Dan weer een langere omschrijving, “ze leeft met haar rug naar de toekomst, over de herinneringen aan haar zware bestaan ginds schijnt nu al de zachte gloed van heimwee”.

Voor mij was het boek tot het samenkomen van de verhaallijnen het meest intrigerend. De sfeer die om Pontus Beg heen wordt gecreëerd. Zijn relatie met de huishoudster en discussie met de rabbijn. De groep gelukzoekers die door honger en kou steeds primitiever, bijna dierlijk gaat acteren en daarmee laat zien wat er met mensen gebeurt als ze niets meer te verliezen hebben en radeloos zijn, de kwetsbaarheid. Iets wat wordt versterkt doordat de personen geen namen hebben, anoniem blijven. Toch is ook het laatste deel, het onderzoek van Beg naar de groep, zeer de moeite waard. Hij stelt de vragen die ook in het hoofd van de lezer zijn opgekomen. En roept er door zijn onderzoek even zovele op, vragen naar afkomst, lot en geloof.

In het interview vertelt Wieringa dat hij zichzelf wilde bewijzen dat hij het ontstaan van nieuw geloof kon laten zien. Naar mijn idee is hij daar in geslaagd. Voor de gelukzoekers is een hoofd uiteindelijk een talisman, de kiem van een geloof. Zoals de vrouw zegt “je hoeft niet alles te begrijpen, zei de vrouw. Het is genoeg dat het gebeurd is. Je kunt onmogelijk alles begrijpen. We hoeven alleen maar dankbaar te zijn”.

Mijn oordeel, vier sterren. En bekijk vooral het interview met Tommy Wieringa.

Het Keukenhuis – Kathleen Grissom

keukenhuisOorspronkelijke titel: The Kitchen House
Vertaald door Astrid Huisman.

Ik was de gelukkige die Het Keukenhuis voor de boekgrrls mocht recenseren en dat was zeker geen straf, ik het boek met veel plezier gelezen.

Het verhaal gaat over de zevenjarige Lavinia. Ze komt uit Ierland. Haar ouders hoopten in Noord-Amerika een beter leven te vinden. Helaas is Lavinia de enige die de reis overleeft en zij komt in Virginia op de plantage van kapitein Pyke terecht. Pyke vraagt Belle, zijn buitenechtelijke halfblanke dochter, om voor het meisje te zorgen. Ze groeit op bij de slaven in het keukenhuis, een apart huis op enige afstand van het grote plantagehuis. Het is voor Lavinia een hele opgave om zich in deze nieuwe wereld te gaan thuisvoelen.

Grissom heeft ervoor gekozen om Belle en Lavinia afwisselend hun verhaal te laten vertellen. Soms  vullen hun verhalen elkaar aan, soms betreffen ze dezelfde gebeurtenis. Door deze keuze wordt het contrast tussen de werelden van de halfzware Belle en de blanke Lavinia heel duidelijk.

Het boek leest lekker weg, beeldend geschreven, goed uitgewerkte personages en veel aandacht voor situatiebeschrijvingen. Het verhaal is boeiend genoeg om door te willen lezen. Er gebeurt veel, soms bijna teveel. Altijd wel iets waarvan je wilt weten hoe het afloopt. Ergens in mijn aantekeningen vond ik terug “het verhaal van de vrouwen die voor andermans kinderen zorgen”. In verreweg de meeste gevallen is het zo dat de zorg over een kind om de een of andere reden aan een ander wordt toevertrouwd. Een boek met weinig geluk. Dat geldt zowel voor de slaven als de blanken. Ze krijgen allemaal hun deel in de ellende. Ik zal niet verklappen of er toch nog ruimte is voor een “happy end”.

Omdat Lavinia niet alleen wordt toevertrouwd aan de zorg van een halfblanke vrouw maar ook opgroeit tussen de zwarte slaven heb ik lang gedacht dat Lavinia ook mulat of zwart was. Ik had altijd de indruk dat blanke kinderen weliswaar aan de zorg van een zwart kindermeisje werden toevertrouwd maar dat ze verder in een blanke omgeving opgroeiden omdat het in die tijd vrijwel was uitgesloten dat blanke kinderen bij de slaven woonden. Misschien vergis ik me daarin of heeft de schrijfster hiervoor gekozen omdat Lavinia een weeskind was en daardoor toch een buitenbeentje.

Wat opvalt is het buitengewoon volwassen taalgebruik van Lavinia en de gebroken taal van de slaven. Tenminste ik hoor een 7-jarig kind niet zo snel zeggen “terwijl de gouden gespen op haar schoenen schitterden alsof ze vlam hadden gevat door de zon” of “het viel me op dat haar taille, als ze naar voren leunde om het suikerblok te snijden, naar boven toe uitdijde tot een royale boezem en haar een bevallige vorm gaf”. Maar goed, een heel boek vol kindertaal zou er waarschijnlijk alleen maar toe hebben geleid dat ik het boek had weggelegd.
Wat ik storend vond was de gebroken taal van de slaven. Afrikaans behoort niet tot de talen die ik beheers maar tijdens het lezen had ik steeds het gevoel in Zuid-Afrika te zijn beland. Ik heb nog even gespiekt op de website http://www.afrikaans.nu en zie daar inderdaad sterke overeenkomsten. Ik vond dat jammer, het gaat ten koste van de beleving van de wereld waarin Lavinia is terecht gekomen. Daarom is het wat mij betreft een minder gelukkige keuze. Mogelijk dat het in de originele versie minder storend is.

Alles bij elkaar is mijn oordeel positief, Het Keukenhuis is een aanrader, 4 sterren.

Slachtoffers – Alex Kava

SlachtoffersOorspronkelijke titel: Damaged
Vertaald door Karin Schuitemaker

Het was alweer het 15e Crimezone Buzzzboek en ik was een van de gelukkigen die mocht buzzzen. Ik hoor het buzzz-geluid al over het internet als er weer een buzzz-boek is uitgedeeld. Leuk om te doen. Wel jammer voor een schrijver waarvan je het boek niet kan wegleggen en in een keer doorleest tot de laatste bladzijde. Dan is het buzzzen snel voorbij. Slachtoffers van Alex Kava is ook een boek dat je op een regenachtige namiddag uitleest. Niet direct omdat het zo spannend is dat je het niet zou kunnen wegleggen maar het is gewoon niet zo’n dik boek (350 blz, kleine paperback) en het leest lekker weg.

Het boek begint leuk. Kava zet een aantal verschillende verhaallijnen naast elkaar. Elizabeth Bailey en Wilson halen een koeler met lichaamsdelen uit het water. Maggie O’Dell wordt door Charlie Wurth gevraagd naar Florida te gaan om onderzoek naar een aantal opgeviste lichaamsdelen. Kolonel Benjamin Platt en Carl Ganz krijgen te maken hebben met 100 militairen die door een vreemd virus zijn getroffen en Scott Larsen, een begrafenisondernemer, sluit een deal met Joe Black, de Handelaar des doods. Daar doorheen speelt de naderende orkaan Isaac die iedereen behoorlijk onrustig maakt.

Kortom, Kava biedt de lezer meer dan genoeg om geboeid te raken. Helaas weet ze de spanning niet vast te houden. Het begint aardig maar dan gaat de snelheid er helemaal uit. Misschien omdat het teveel woorden kost om al die verschillende lijntjes voldoende aandacht te geven. Halverwege het boek is Maggie O’Dell eigenlijk nog steeds bezig met de start van haar onderzoek. Het is de lezer dan allang duidelijk hoe alles in elkaar past en waar het verhaal naartoe gaat. Kava lijkt dan zelf ook niet meer zo’n zin te hebben om het goed af te maken want het eind lijkt afgeraffeld. Zo langzaam als het onderzoek op gang komt, zo abrupt is het afgelopen. En dan ook nog met een ongeloofwaardige actie tot slot.

De originele titel vind ik beter bij de inhoud passen dan de Nederlandse variant. Wellicht was een letterlijke vertaling van de titel beter geweest. Slachtoffers zijn er immers in iedere thriller. Wel een mooie cover, dat wel. Alles bij elkaar is Slachtoffers een tegenvaller. Jammer. Ik waardeer het boek met 2 sterren.

Slachtoffers is het achtste boek in de Maggie O’Dell-serie. Na Damaged zijn al twee nieuwe titels verschenen,  Hotwire en Fireproof. De vertaler kan dus nog even voort. Alex Kava heeft een eigen website.

Grip – Stephan Enter

Grip was een van de keuzeboeken van leesclub Hoofdletters. Maar ook zonder dat was ik dit boek toch wel gaan lezen als gevolg van alle enthousiaste commentaren die Grip van anderen kreeg.

Stephan Enter debuteerde in 1999 met Winterhanden, een verhalenbundel. Sindsdien verschijnen zijn publicaties op de shortlist voor verschillende prijzen. Ook Grip is enthousiast ontvangen en hiervoor heeft Enter inmiddels de prijs van de Gouden Boekenuil Lezersjury en de F. Bordewijkprijs mogen ontvangen.

De hoofdpersonen van Grip zijn drie mannen en een vrouw. Zij hebben 20 jaar geleden een zwerftocht gemaakt in Noorwegen en tijdens deze tocht is er iets gebeurd. Nu, 2007, is er een reünie gepland. Paul en Vincent zijn samen met de trein onderweg naar Wales, naar Martin en Lotte. Zij zijn inmiddels getrouwd. Bij gebrek aan wereldnieuws wordt in alle kranten melding gemaakt van een Amerikaanse hoogleraar die voorspelt dat mensen over twintig onsterfelijk kunnen zijn.

Het boek is opgebouwd uit drie delen en een epiloog. Na elk deel verschuift het perspectief naar een ander personage zodat de gebeurtenissen telkens vanuit een ander gezichtspunt worden verteld. Alleen Lotte, die komt niet aan het woord. Paul, Vincent en Martin waren allemaal op de een of andere manier in haar ban. Uit hun verhalen en herinneringen blijkt dat wat toen gebeurd is een belangrijke rol heeft gespeeld in hun verdere leven. Het artikel over de onsterfelijkheid loopt als een rode draad door het hele verhaal.

De schrijfstijl van Enter bevalt me wel. Het is vlot geschreven en ik hou wel van zinnen als “Paul bedankte met een glimlach maar stuitte op de kersrode streep van haar mond”.  Het boek heeft veel spanning. Door de flashbacks weten we dat er bij de zwerftocht 20 jaar geleden iets is gebeurd maar wat dat dan is geweest, dat blijft lang onduidelijk. Daarbij gaat er ook iets gebeuren, de dreiging is voelbaar.

Door het wisselende perspectief heeft Enter de mogelijkheid gecreëerd om te laten zien hoe dezelfde gebeurtenis door verschillende personen anders wordt beleefd. En hoe dat later anders in hun herinneringen naar boven komt. Maar ook blijkt hoe verkeerd mensen elkaar kunnen begrijpen. Hoe ze denken de ander te kennen en te weten wat hun beweegreden is terwijl ze er feitelijk helemaal naast zitten.

De personages vind ik stuk voor stuk weinig sympathiek. Niemand lijkt echt authentiek te zijn. Ze spelen een spel, zijn voortdurend met zichzelf bezig. Misschien is Lotte een uitzondering maar die komt niet aan het woord en we kennen haar daardoor alleen uit de verhalen van de drie mannen.

Ik heb het boek met plezier gelezen. De stijl bevalt me, de spanning, de dreiging, het spelen met perspectief en tijdschema. Ondanks de flashbacks is er toch een duidelijke verhaallijn, de lentedag in 2007, de aanloop naar de reünie. De personages leer je door de opzet van het boek goed kennen. Enter heeft goed over zijn hoofdpersonen nagedacht en ze zijn nauwgezet uitgewerkt. De keuze om juist Lotte, die zo’n belangrijke rol in de levens van de drie mannen heeft gehad, niet aan het woord te laten, is briljant. Met haar verhaal zou het een totaal ander boek zijn geworden. Mijn oordeel, vier sterren.

Stephan Enter heeft een eigen website. Op 7 december 2011 was hij voor een interview bij Knetterende Letteren.

Het Págaro Loco-resort – Kel Hoben

Het was inmiddels al meer dan een half jaar geleden dat ik de eerste hoofdstukken las van het Págaro Loco-resort van Kel Hoben. Een nadeel van “de eerste hoofstukken van”. Je legt het boek weg en gaat lezen voor leesclubs, boekgrrls, recensieboeken, etc. en voor je het weet ben je maanden verder.

De samenvatting op de website is veelbelovend: Puragua, het zevende ­ vaak vergeten ­ eiland van Caribisch Nederland is een slapend eilandje. Totdat het bekende Nederlandse Spechtconcern het, letterlijk ten koste van alles, tot hun vakantie-eiland wil maken. Behalve met interne familie-problemen worden de Nederlandse makamba’s Henry en Jo-Ann Specht daarbij geconfronteerd met de Puraguaanse politici en hun opportunistische regeermethoden, machtsmisbruik, intimidatie en corruptie. En met de broeierige seksuele moraal en hypocriete sfeer, de onvermijdbare culturele en etnische gevoeligheden en vooroordelen. Ook de zwalkende politiek op het stuurloze en dwarsliggende Curaçao bemoeilijkt de opbouw van hun imperium.

Mijn oordeel over die eerste hoofdstukken kun je lezen in de blog die ik er toen over heb geschreven. De conclusie was dat ik het hele boek wilde gaan lezen omdat het me genoeg boeide om te willen weten hoe het verder gaat. Daarnaast ook om meer te weten over de politiek van de Antillen.

Nu ik het hele boek heb gelezen moet ik helaas vaststellen dat het me uiteindelijk toch is tegengevallen. Het boek leest makkelijk weg maar, alhoewel ik in de Antillen geïnteresseerd ben, werden alle details over de corruptie daar en over de ontwikkeling van het nieuwe Spechtconcern op het eiland mij uiteindelijk een beetje teveel. Het verhaal over de personages, hun relaties en het incident met de vermiste Duitse toerist is daaraan ondergeschikt gemaakt en dat vond ik jammer. Alle details halen de spanning en snelheid uit het verhaal.

De personages blijven te oppervlakkig. Dat was ook mijn oordeel over een eerder boek van Hoben (De Antilliaanse Huisdame). Meer aandacht voor de personages maakt een roman naar mijn idee interessanter om te lezen. Daarbij is de roman tamelijk eenvoudig van opzet en lijkt het incident met de Duitse toerist te zijn opgenomen om de spanning op te voeren.

Wat ik leuk vind is dat het fictie betreft maar dat de werkelijke wereld een bron van inspiratie voor Hoben is geweest. Daardoor blijf je als lezer toch het idee houden dat het allemaal zo gebeurd zou kunnen zijn. Ik noemde in mijn eerdere blog al de gelijkenis tussen Bonaire en Puragua en die tussen van der Valk en het Spechtconcern. De vermissing van de Duitse toerist doen mij sterk denken aan de vermissing van Natalee Holloway. Tot de ingeschakelde F16’s aan toe. Maar dat kan natuurlijk ook toeval zijn.

Het zal van de mate van interesse in de Antilliaanse politiek en de ontwikkelingen van een hotelconcern afhangen of een lezer het boek een hoge waardering geeft. Mijn oordeel: twee sterren.

Magnus – Arjen Lubach

Het boek was waarschijnlijk nooit op mijn leeslijst gekomen als het niet als “groupread” bij de Netherlands & Flandersgroup” was gekozen. Wat mij betreft was het een goede keus.

De titel van het boek is dan wel Magnus, het gaat toch allemaal om Caro. Caro, de jeugdliefde van Merlijn die hem van de ene op de andere dag aan de dijk heeft gezet. Zonder dat Merlijn Kaiser weet waarom. Sinds Caro weg is, is hij helemaal de weg kwijt. Op zoek naar zichzelf en een nieuwe toekomst. Dan wordt er fraude gepleegd met zijn creditcard en gaat Merlijn op zoek naar degene die dat heeft gedaan.

Ik heb het boek met plezier gelezen. Het leest lekker weg, niet te moeilijk taalgebruik en soms geschreven met humor. Wat ik erg leuk vind is dat Lubach het verhaal beschrijft alsof het een toneelstuk is terwijl hoofdpersoon Merlijn toneelschrijver is. Ook het heen en weer springen in de tijd waardeer ik, dat roept spanning op. Zeker na de ontmoeting in Uppsala. Dan versnelt het verhaal en wordt de lezer niet alleen meegenomen naar het verleden maar ook naar de toekomst.

Wat ik me nog steeds afvraag is waarom hij in hemelsnaam tegen de creditcardmaatschappij zegt dat hij zelf de 1600 heeft uitgegeven. Ik kan me toch niet voorstellen dat je tijdens het telefoongesprek al bedenkt dat je dat wilt gaan uitzoeken. Misschien is het omdat hij op dat moment helemaal de weg kwijt is en op zoek is naar zichzelf? Welke reden kan hij daarvoor hebben gehad.

Lubach laat Merlijn mooie uitspraken doen. Zoals “het idee dat je als kind denkt dat iets voor eeuwig is. Dat heeft iedereen blijkbaar. En misschien bedoelen ze ook dat volwassen worden inhoudt dat je je begint te realiseren dat alles tijdelijk is”. En “Hoop is gemaakt van het sterkste draad dat er is. En het snijdt in alle waarheid”. Dat zijn toch aardige filosofische uitspraken.

Wat ik jammer vind is dat Merlijn Magnus niet met de fraudes confronteert. Hij beweegt hemel en aarde om hem te vinden en als hij hem gevonden heeft dan gebeurt er eigenlijk niets. Waarom vraagt hij niet hoe Magnus 1600 in een pretpark kan uitgeven. Wat zijn drijfveer was om de fraude te plegen.

Het boek staat genoteerd als ‘young adult’. Ik hou me nooit zo bezig met classificaties maar vind dit boek toch geschreven voor een breder publiek. Al kan ik me voorstellen dat een lezer die zelf meemaakt hoe moeilijk volwassen worden kan zijn zich eenvoudig identificeert met de hoofdpersoon.

Voor mij was de kennismaking met Arjen Lubach positief. Magnus krijgt 4 sterren. Ik wil nog weleens een boek van hem lezen.

Arjen Lubach heeft met Magnus de Dioraphte Jongeren Literatuur Publieksprijs 2012 gewonnen. Hij heeft een eigen website. Daar zou ik zeker even een kijkje nemen want de website is wel de moeite waard.